Ga naar de hoofdinhoud
Ga naar de hoofdinhoud
Logo

Leestijd 3 minuten -

Prinsjesdag 2026: wat betekent dit voor werkgevers?

De rode draad van Prinsjesdag 2026 is dat het kabinet verschillende eerder aangekondigde bezuinigingen in de sociale zekerheid schrapt of uitstelt om ruimte te creëren voor overleg met werkgevers en werknemers over de toekomst van de sociale zekerheid. Voor werkgevers betekent dit op korte termijn minder wijzigingen dan eerder aangekondigd, maar ook hogere lasten door stijgende arbeidsongeschiktheidspremies.
 

Hieronder staan de belangrijkste maatregelen en voornemens. Waar wetswijzigingen nodig zijn, blijven de uiteindelijke uitwerking en parlementaire besluitvorming bepalend.

prinsjesdag-2027

Geen verlaging van het maximumdagloon

Een belangrijk besluit is dat de voorgenomen verlaging van het maximumdagloon met 20% van tafel gaat. Hierdoor worden WIA-uitkeringen (WGA en IVA), WW- en ZW-uitkeringen niet door deze voorgenomen verlaging geraakt. Dit voorkomt een aanzienlijke inkomensachteruitgang voor werknemers met midden- en hogere inkomens voor zover hun uitkering door het lagere maximumdagloon zou worden beperkt.

 

Voornemen tot afschaffen duurzaamheidscriterium in de WIA en de IVA

Het kabinet heeft in het coalitieakkoord het voornemen opgenomen om de IVA-uitkering te schrappen, samen met het duurzaamheidscriterium in de WIA. De afschaffing is nog niet wettelijk vastgelegd; het kabinet gaat hierover eerst in gesprek met vakbeweging en werkgevers. Er verandert hierdoor nu nog niets aan de bestaande IVA-regeling.

 

Hogere werkgeverslasten door stijgende arbeidsongeschiktheidspremies

De gemiddelde premie voor de Werkhervattingskas (Whk) stijgt doordat de geraamde uitgaven aan WGA- en ZW-uitkeringen toenemen. Voor 2027 stijgt deze gemiddelde premie van 1,52% naar 1,67%. De daadwerkelijke premie kan per werkgever verschillen.

Ook bevat de begroting hogere premies voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Voor kleine werkgevers gaat het om een stijging van 6,27% naar 6,67% en voor grotere werkgevers van 7,63% naar 8,03%, exclusief de opslag voor kinderopvang. Deze Aof-stijging hangt vooral samen met beleidskeuzes uit het coalitieakkoord. De definitieve Aof-percentages worden later

vastgesteld.

Werkgevers kunnen daardoor rekening houden met stijgende lasten rondom arbeidsongeschiktheid.

 

WIA blijft hervormingsdossier

Het kabinet benadrukt dat de druk op de WIA en de uitvoeringsproblemen bij UWV groot blijven. Verdere hervormingen zijn niet van tafel, maar worden betrokken bij gesprekken over de toekomst van de sociale zekerheid. De achterstanden bij UWV blijven daarbij een belangrijk aandachtspunt. Hoe deze zich ontwikkelen, hangt mede af van de instroom en de maatregelen om de uitvoering te verbeteren.

 

Loondoorbetaling bij ziekte moet werkbaarder worden

Het kabinet werkt verder aan maatregelen om de verplichtingen rond loondoorbetaling bij ziekte en re-integratie eenvoudiger uitvoerbaar te maken, vooral voor mkb-werkgevers. Er liggen onder meer voorstellen voor:

  • meer focus op re-integratie bij een andere werkgever in het tweede ziektejaar voor kleine en middelgrote werkgevers;
  • een leidende positie van het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid bij de UWV-toetsing van het re-integratieverslag, de RIV-toets.

Voor het afsluiten van re-integratie bij de eigen werkgever gelden in het voorstel voorwaarden, waaronder instemming van de werknemer of toestemming van UWV. Het gaat om voorstellen, niet om wijzigingen die door de aankondiging al gelden.

 

Afschaffing compensatie transitievergoeding uitgesteld naar 2028

De geplande afschaffing van de compensatieregeling transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid wordt uitgesteld naar 1 januari 2028. Werkgevers kunnen dus ook in 2027 nog compensatie aanvragen bij UWV, mits zij aan de geldende voorwaarden voldoen.

 

WW-verkorting uitgesteld

De voorgenomen verkorting van de maximale WW-duur van 24 naar 12 maanden wordt uitgesteld tot 1 januari 2029. Werknemers behouden voorlopig de huidige WW-aanspraken. Ook de daaraan gekoppelde verkorting van de loongerelateerde WGA-uitkering wordt uitgesteld. De maximale duur daarvan blijft voorlopig 24 maanden; de individuele duur hangt onder meer af van het arbeidsverleden.

 

Voorgenomen versnelde AOW-verhoging geschrapt

Het kabinet ziet af van de voorgenomen één-op-éénkoppeling van de AOW-leeftijd aan de levensverwachting. De bestaande koppeling blijft wel bestaan: een stijging van de levensverwachting telt daarin voor twee derde mee. De AOW-leeftijd kan dus ook in de toekomst nog stijgen.

 

Overleg over toekomst sociale zekerheid

De regering wil met werkgevers- en werknemersorganisaties in gesprek over het verbeteren van de sociale zekerheid en de arbeidsmarkt en het stimuleren van economische groei. Door eerdere bezuinigingen te schrappen of uit te stellen, ontstaat ruimte voor dit overleg. De uitkomsten staan nog niet vast.

 

Wat betekent dit voor werkgevers?

De sociale zekerheid wordt de komende jaren waarschijnlijk verder hervormd.
Werkgeversorganisaties worden betrokken bij toekomstige oplossingen.
Arbeidsparticipatie en werkbehoud blijven belangrijke aandachtspunten, naast de betaalbaarheid van het stelsel.

 

Duurzame inzetbaarheid

Het kabinet zet de ambitie uit de Arbovisie 2040 voort, met de nadruk op preventie van arbeidsongevallen en uitval door werk. Een van de middelen daarbij is toezicht op de naleving van de arboregels.

 

Het kabinet streeft ernaar in 2027 de subsidieregeling ‘Duurzaam aanpakken belastende werkzaamheden’ open te stellen voor samenwerkingsverbanden van sectoren en branches. Zij kunnen subsidie aanvragen voor maatregelen die belastend werk voorkomen of verlichten. In een later aanvraagtijdvak is ook subsidie voor werkgevers voorzien.

De definitieve voorwaarden en aanvraagdata moeten nog worden vastgesteld. In de ontwerpbegroting is voor deze regeling tot en met 2030 €199 miljoen opgenomen, inclusief uitvoeringskosten.

 

Duurzame inzetbaarheid is daarmee nadrukkelijk aanwezig in de beleidsrichting van het kabinet. Het kabinet legt daarbij verbanden tussen hogere arbeidsparticipatie, een toekomstbestendige sociale zekerheid en:

  • preventie van uitval;
  • gezond en veilig werk;
  • langer inzetbaar blijven van werknemers;
  • effectieve re-integratie;
  • benutting van arbeidsvermogen bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.

 

Zoals eerder besloten, krijgen werkgevers vanaf 1 januari 2027 iets meer fiscale ruimte via een verhoging van de vrije ruimte binnen de Werkkostenregeling (WKR) van 2,0% naar 2,16% over de eerste €400.000 van de fiscale loonsom. Dat betekent maximaal €640 extra vrije ruimte per werkgever per jaar. Deze algemene vrije ruimte kan, binnen de geldende fiscale voorwaarden, ook worden benut voor initiatieven rondom vitaliteit, gezondheid en inzetbaarheid.

 

Samengevat staat Prinsjesdag 2026 voor de hier besproken onderwerpen vooral in het teken van uitstel en het schrappen van eerdere bezuinigingen, gecombineerd met aandacht voor duurzame inzetbaarheid, werkbehoud en het voorkomen van langdurige arbeidsongeschiktheid.

 

De financiële druk van arbeidsongeschiktheid neemt daarbij door hogere premies voor veel werkgevers wel toe.

Ontvang onze maandelijkse nieuwsbrief

Ontdek onze artikelen, whitepapers, podcasts en meer.

Schrijf je in voor onze maandelijkse nieuwsbrief en blijf als eerste op de hoogte van de laatste inzichten op het gebied van werk en gezondheid.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief
media-block-standaard-afmeting (3)