Verdiepende inventarisatie gevaarlijke stoffen

Uit gegevens van de Inspectie SZW (voorheen Arbeidsinspectie) blijkt dat ongeveer 50% van de bedrijven de zaken rondom de aanvullende registratie van gevaarlijke stoffen niet goed geregeld heeft. In de Arbowet, het Arbobesluit en de Europese verordening REACH (Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen) is er regelgeving vastgesteld omtrent het op een veilige, gezonde en beheerste manier werken met gevaarlijke stoffen.

Een goede registratie kan je in 4 onderdelen opsplitsen, te weten:
1- Inventariseren en registreren
2- Beoordelen
3- Maatregelen treffen
4- Borgen

Inventariseren
Alle stoffen die binnen het bedrijf gebruikt worden (grondstoffen, hulpstoffen maar ook halffabricaten) dienen in een register te worden opgenomen. Denk daarbij ook aan de stoffen die gebruikt worden op het laboratorium en door de technische dienst. Er is een uitzondering gemaakt voor huishoudelijke middelen, zoals vaatwasmiddelen (mits dat niet je primaire werkproces is!). In het register dienen de volgende zaken te worden vastgelegd; 
- Naam van de stof;
- Samenstelling;
- Gezondheidseffecten; 
- Grenswaarde;
- Aantal medewerkers dat bloot kan staan, afdeling waar de blootstelling plaats vindt;
- Taak of handeling;
- Welke minder schadelijke stof als vervanging kan dienen.

Voor de CMR (carcinogene, mutagene en reprotoxische) stoffen dient een aanvulling te worden gemaakt op het register. Deze extra zaken zijn: het soort arbeid, de hoeveelheid waaraan de medewerker kan worden blootgesteld, het verbruik per jaar en de preventieve maatregelen (inclusief PBM) die zijn getroffen. Tevens dient er een motivatie aanwezig waarom de desbetreffende CRM stof wordt gebuikt en waarom deze niet is vervangen door een minder schadelijk alternatief. 

Om de grenswaarde van een stof te kunnen vaststellen kan gebruik worden gemaakt van de wettelijke grenswaarden (zie bijvoorbeeld website van SER) en als die er niet zijn, de aanbevolen grenswaarde van de leverancier (DNEL), een buitenlandse grenswaarde of kan gebruik worden maken van de internettool (www.veiligwerkenmetchemischestoffen.nl)

Beoordelen
Om de blootstelling aan de stof te kunnen beoordelen dient de aard, mate en duur van de blootstelling van iedere stof vastgelegd te worden. Deze beoordeling geldt voor iedere werkhandeling en ieder stof. Als er met heel veel stoffen gewerkt wordt kan er een keuze gemaakt worden welke stoffen eerste een welke stoffen in een latere fase beoordeeld worden. 

Maatregelen
Uit de beoordeling van de blootstelling zal je in de praktijk 3 categorieën stoffen krijgen. 
Rood: blootstelling hoger dan grenswaarde, direct maatregelen treffen.
Oranje: blootsteling is hoger dan 10% van de grenswaarde, maatregelen opnemen in plan van aanpak
Groen: geen maatregelen noodzakelijk.
Bij het nemen van maatregelen is het belangrijk rekening te houden met de arbeidshygiënische strategie. Dit houdt in dat in eerste instantie wordt gekeken of de stof verwijderd kan worden uit het proces. Is dit niet mogelijk dan wordt gekeken of de stof vervangen kan worden door een minder schadelijke stof. Als ook dat niet mogelijk blijkt te zijn dan het risico afschermen van de medewerker. Wanneer geen andere maatregelen mogelijk zijn kan worden overgegaan tot het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen. 

Borging
De laatste stap in de “verdiepende inventarisatie gevaarlijke stoffen” is borging. Dit kan door middel van procedures zodat de opgezette inventarisatie up to date blijft. Hierbij kan je gedacht worden aan een procedure voor de inkoop van nieuwe stoffen, een procedure voor het doorvoeren van een wijziging in de leveranciers informatie of het productieproces, en ook voorlichtingsmateriaal en informatievoorziening horen bij het onderdeel borging.

Voor meer informatie neem contact op met uw casemanager.