Multidisciplinair

Bij mij gaan bij bovenstaand woord gelijk alarmbellen rinkelen. Niet vanwege de associatie die ik er mee heb of de betekenis die wikipedia –wat toch de moderne Winkler Prins is- er aan geeft. Dat is namelijk “kennis uit meerdere disciplines combineren om een activiteit te voltooien”. De alarmbellen gaan rinkelen vanwege de reacties die ik vaak krijg op mijn interpretatie van multidisciplinair en die niet altijd ondersteund of begrepen word en daardoor moet ik vaak mijn keuze verdedigen. 

Op de werkvloer word het woord multidisciplinair vaak gevolgd door overleg. Verschillende takken van het bedrijf komen bij elkaar om te overleggen hoe het proces vloeiend kan verlopen. Als atleet ben je ook constant bezig met ‘het proces’ vloeiend te laten verlopen om je mogelijkheden te optimaliseren. Je sportcarriere is je bedrijf en jij bent de baas die voor de resultaten moet zorgen. Bijvoorbeeld bij een blessure, stelt een arts een diagnose, ga je met een fysio aan de slag om het probleem te verhelpen en pas je samen met de trainer de schema’s aan om zo efficient mogelijk te herstellen en te trainen en ga je naar een sportpsycholoog om je te helpen de focus vast te houden. Van al die specialisten gebruik je het stukje kennis wat je als atleet helpt om zo goed mogelijk te presteren. 

Maar multidisciplinair kan je ook uitleggen als “met meerdere disciplines bezig zijn”. Als ik een typische langebaanschaatser zou zijn, zou ik trainen van half april tot half september en dan van half september tot half maart wedstrijden rijden. In het gunstigste geval want voor de gemiddelde langebaner houd het wedstrijdseizoen na december wel ongeveer op als het NK allround geweest is en ze zich niet geplaatst hebben voor internationale wedstrijden.

Mijn instelling is, dat als ik de energie moet leveren voor een zomer lang trainen, ik daar gelijk van kan profiteren door ook in de zomer wedstrijden op inline skates te rijden. Maar juist de vele wedstrijden is een punt van discussie voor vele kenners. Men meent dat je prioriteiten moet stellen, keuzes maken omdat je niet een jaar lang kan pieken. Nu is dat ook niet wat ik doe, per seizoen kies ik een paar momenten uit waarop ik goed wil zijn en verder gebruik ik de wedstrijden voor andere doeleinden.

Het motiveert me om me regelmatig te meten met anderen en in wedstrijden ga je vaak net een stapje verder dan in trainingen waardoor je uiteindelijk meer gehard raakt voor zware inspanningen. Dan is er nog het mentale aspect want vanwege de vele wedstrijden heb ik meer momenten waarop ik kan testen hoe ik met wedstrijdspanning omga en wat de beste voorbereiding voor me is. 

Wat ik op tactisch gebied in een inline skatewedstrijd leer, gebruik ik tijdens een schaatsmarathon, de conditie die ik tijdens een marathon opdoe, helpt me bij een langebaanwedstrijd. Zo combineer ik de voordelen van alle disciplines om op verschillende onderdelen zo goed mogelijk te scoren. Ook dat is multidisciplinair. Eigenlijk zoals een zzp’er soms ook zijn eigen hoofd in- en verkoop is, verstand van financien zou moeten hebben en baas en medewerker tegelijk is. Je kan specialisten inhuren maar uiteindelijk ben je er zelf verantwoordelijk voor dat je de juiste stappen zet tot het beste resultaat. En daarvoor kan je maar beter multidisciplinair gericht zijn.

Elma de Vries (Wereld-, europees & nationaal kampioene in het schaatsen en skeeleren)

Geschreven door: Rik Nijkamp