Geen baan is meer waard dan je nachtrust

Ze was projectmanager. En ervaren. Ze had al in veel grote bedrijven gewerkt en wist echt wel wat ze deed. En wat ze kon. En toch was ze in een diep gat gevallen. Bij haar huidige werkgever gingen de zaken net anders dan ze gewend was en leek ze niets goed te kunnen doen. Haar manier van communiceren werd niet door haar leidinggevende gewaardeerd en de HR manager steunde haar niet richting anderen. Uiteindelijk was ze uitgevallen. Burn out, zei de huisarts. Overspannen, zei de bedrijfsarts.

Voorgesprekken
Bij mij aan tafel liep ze tijdens het voorgesprek leeg. Ze snapte het niet, ze was toch ervaren, hoe kon dit dan gebeuren? Waarom lieten ze haar niet gewoon haar ding doen? Vervolgens werd ze boos. Dat er dit soort mensen in het bedrijfsleven verantwoordelijkheden kregen, daar snapte ze niets van. Die mensen die maakten anderen kapot. In het andere voorgesprek zaten de leidinggevende en een HR manager. Die waren erg zakelijk: wij verwachten van iedereen dat ze zich verantwoorden en dat ze volgens onze structuur werken. Dit geldt ook voor haar. Op die manier weer iedereen waar ze aan toe zijn, ook als ze met verschillende projectmanagers werken.

Mediation
Tijdens de mediation liepen de emoties bij haar hoog op. Ze kreeg geen erkenning en liep tegen een muur aan. Van de andere kant was er frustratie: waarom snapte zij het niet? Ik haalde ze uit elkaar en sprak ze beiden apart. Ik vroeg haar hoe ze de toekomst zag. Zij zei dat ze het niet wist. Ze zat vast. Ze zag niet hoe het ooit nog ging werken met haar werkgever, maar ze had ook geen andere opties. Ik vroeg haar of uit elkaar gaan een optie was. Dat vond ze eng. Ze wist niet hoe ze dat moest bespreken zonder haar eigen glazen in te gooien. Ik vroeg haar of ik het mocht bespreken met de werkgever. Dat mocht.

Werkgever stond open voor beide oplossingen: de samenwerking voortzetten ( met goede afspraken) of beëindigen. Ook waren zij direct bereid om haar de wettelijke beëindigingsvergoeding mee te geven. Werkgever maakte haar niet het verwijt dat zij wel voelde over haar functioneren. Wel wilde werkgever het anders en zagen ze in dat de huidige situatie niet houdbaar was.

Oplossing
Ik ging naar haar terug met de mededeling dat werkgever bereid was over een exit, onder voor beide partijen acceptabele voorwaarden, te spreken. Zij werd hier nog zenuwachtiger van. Haar man, die er ook bij was, dacht dat werkgever waarschijnlijk voor een dubbeltje op de eerste rij wilde zitten. Na nog twee keer heen en weer lopen kon ik haar een concreet voorstel van werkgever doen. Dit was ruimer dan ze zelf had verwacht. Ze wilde erover nadenken, maar dacht hier wel mee akkoord te kunnen gaan.

Drie dagen later…
Drie dagen later belde ik haar op. Mijn eerste vraag was, zoals altijd, hoe gaat het met je. Ze zuchtte en het was even stil. Toen zei ze: “Ik heb voor het eerst in een half jaar weer drie nachten achter elkaar doorgeslapen. Ik voel me goed.” En het was goed. Na nog wat vijven en zessen over het concurrentiebeding lag er een beëindigingsovereenkomst die voor beide partijen acceptabel was. Twee weken later werd er getekend. Zij vertelde me dat ze naar vacatures aan het kijken was en daar nu weer enthousiast van werd. Werkgever was blij dat er rust in de tent was en dat ze op een nette manier afscheid hadden kunnen nemen.

Ik vertel dit verhaal nog wel eens wanneer mensen zich afvragen of een exit-mediation wel een goede oplossing voor een arbeidsconflict is. Eindigt een mediation ideaal gezien niet in een verzoening en een voortzetting van de samenwerking? Ik vertel dan wat zij me vertelde: “Geen baan is meer waard dan je nachtrust.”

Heb je vragen over mediation, neem contact op met je casemanager.