De parameters Werkhervattingskas 2021 zijn bekend

Op 1 september 2020 zijn in de Staatscourant de gedifferentieerde premies verschenen voor de Werkhervattingskas voor het jaar 2021.

De gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) bestaat uit twee onderdelen, namelijk de gedifferentieerde premie WGA en de gedifferentieerde premie Ziektewet. Als een werkgever eigenrisicodrager is voor de WGA, is de gedifferentieerde premie WGA niet van toepassing oftewel nihil. Is een bedrijf eigenrisicodrager voor de Ziektewet, dan geldt dat de gedifferentieerde premie ZW nihil is.

Grens klein, middelgroot en groot bij de gedifferentieerde premie WHK

Om werkgevers te prikkelen mee te werken aan het terugdringen van de WIA-instroom, worden de middelgrote en grote werkgevers afgerekend op het verzuim en de arbeidsongeschiktheid van de eigen (ex-)werknemers. Hiervoor betalen zij een gedifferentieerde premie Werkhervattingskas. Deze premie wordt elk jaar aangepast.

Elke gedifferentieerde-premieberekening is gebaseerd op het principe dat er bij de gemiddelde premie een opslag of een korting komt. De opslag of de korting wordt bij grote bedrijven (loonsom > € 3.460.000,-) volledig bepaald op de eigen instroom. Bij middelgrote bedrijven geldt een gewogen gemiddelde tussen de sector en het individuele risico van het bedrijf zelf. Bij kleine bedrijven geldt een branchepremie, dus wordt de hoogte van de opslag of korting bepaald door de branche-instroom.

Sinds 2014 regelt de Wet Bezava (beperking ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid vangnetters) dat kleine bedrijven een sectorale gedifferentieerde premie betalen en middelgrote bedrijven ook nog een deel sectorale premie toegerekend krijgen. Waar liggen de grenzen tussen klein, middelgroot en groot bij het premiejaar 2021?

  • Kleine werkgevers (met een loonsom ≤10 maal het gemiddelde premieplichtig loon per werknemer) betalen een premie op sectorniveau. Zij krijgen dus geen individuele toerekening van de eigen schade. Kleine bedrijven zijn bedrijven die in 2019 een loonsom kleiner of gelijk hadden aan € 346.000,-.
  • Middelgrote werkgevers (met een loonsom van > 10 en ≤100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer) betalen een gewogen gemiddelde van sectorpremie en individuele premie. Hoe groter het bedrijf, hoe groter de individuele toerekening. De grens middelgroot ligt voor 2021 tussen € 346.000,- tot en met € 3.460.000,- (kijkend naar de premieplichtige loonsom van 2019).
  • Grote werkgevers (>100 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer) betalen een premie op individueel niveau. Grote bedrijven zijn bedrijven met premieplichtig loon > € 3.460.000,-.

Er lag een advies om de grens tussen klein en middelgroot op te trekken naar 25 werknemers oftewel gemiddeld 25 maal de gemiddelde loonsom. Deze wijziging dit gaat dus nog niet door voor het jaar 2021.

Parameters 2021 in vergelijking met 2020

   WGA 2020  WGA 2021  ZW 2020 (*)  ZW 2021

 Gemiddelde percentage

 0,76%  0,78%  0,52%

 0,58%

 Maximumpremie  3,04%

 3,12%

 2,08%

 2,32%

 Minimumpremie

 0,19%

 0,19%

 0,13%

 0,14%

 Gemiddelde werkgeversrisicopercentage

 0,48%

 0,52%

 0,32%

 0,35%

 Correctiefactor

 1,18

 1,12

 1,21

 1,24

(*) NB. Voor de Ziektewet geldt voor de werkgevers in sector 52 (uitzendbedrijven) een afwijkende maximumpremie van 9,31% voor 2021.

De maximumpremie is vier maal de gemiddelde premie en de minimumpremie is 0,25 van de gemiddelde premie. De gemiddelde premie is genomen over alle publiek verzekerde werknemers.

Wanneer een groot bedrijf in het geheel geen schade heeft gehad, betaalt bedrijf altijd de minimumpremie. Voor de WGA dus 0,19% en voor de Ziektewet 0,14% over de premieplichtige loonsom.

Kleine bedrijven betalen ongeacht hun eigen instroom altijd de sectorale percentages gebaseerd op de schaderesultaten van de sector. Dus de opslag of de korting bovenop de gemiddelde premie wordt vastgesteld aan de hand van de sectorinstroom. 

Meer informatie zoals voorbeeldberekeningen? Bekijk dan de Whitepaper Werkhervattingskas WGA en Ziektewet 2021 van CS opleidingen en VeReFi.
____
Bron: CS opleidingen en VeReFi