CASUS - arbeidsmediation bij een zorginstelling

Aanleiding en achtergrond
Op advies van de Bedrijfsarts hadden beide partijen gekozen voor mediation om hen te ondersteunen bij het vinden van een oplossing voor hun geschil. De directie van de instelling had kritiek op het functioneren van een verzorgende (we noemen haar hier Wilma) en wilde komen tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst. 

Tot 9 maanden geleden was er wel van tijd tot tijd kritiek geleverd op het functioneren van Wilma, maar het had niet tot onvoldoende beoordelingen geleid. Na een afwezigheid van 4 maanden vanwege een hernia-operatie kwam Wilma terug op het werk teneinde geleidelijk te re-integreren. Tijdens haar afwezigheid was door of namens cliënten en door collega’s ernstige kritiek geuit op de kwaliteit van werken van Wilma. Dit sloot aan bij de beelden, die de directie min of meer had en dit had tot de conclusie geleid, dat haar positie onhoudbaar was geworden volgens de directie.

Dit had tot vervelende gesprekken geleid met als gevolg een nieuwe ziekmelding van Wilma i.v.m. spanningsklachten en een verstoorde arbeidsrelatie. Er waren al advocaten ingeschakeld en namens werkgever was een voorstel gedaan tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden met toepassing van de kantonrechtersformule met een factor 1 (neutraal).

De gevolgde aanpak
De mediator startte met aparte voorgesprekken met beide partijen met als doel om de drempel voor de start van de mediation te verlagen en om de mediator een indruk te geven wat partijen hoopten te bereiken, zodat hij zijn regie daarop kon aanpassen. Het werd de mediator duidelijk, dat Wilma zeer verontwaardigd was over de gang van zaken en haar recht wilde halen, en dat de directie vastbesloten was om tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen, ook al besefte die, dat de dossieropbouw niet best was en men het ook sneu vond voor Wilma.

De week daarop vond het mediationgesprek plaats, waarbij de directeur aanwezig was en de direct leidinggevende, terwijl Wilma zich liet ondersteunen door haar partner.Dat gesprek begon zoals gebruikelijk met het doornemen en vervolgens ondertekenen van de mediationovereenkomst. Daarna konden beide partijen hun verhaal doen, waarbij de mediator zijn technieken hanteerde, zodat beide partijen na verloop van tijd het gevoel hadden, dat wat zij te zeggen hadden duidelijk genoeg over tafel was gekomen en op zich ook wel begrepen door de andere partij. Overtuigen deden zij elkaar niet, zoals eveneens gebruikelijk. 

Vervolgens werden de belangen van beide kanten via vragen van de mediator expliciet gemaakt. Voor de zorginstelling waren dat onder meer het verbeteren van de beoordeling van het functioneren van de instelling en betere collegiale verhoudingen. Tevens het beperken van de financiële nadelen van het moeten beëindigen van deze arbeidsovereenkomst. Voor Wilma ging het om haar reputatie, werk en inkomen. Hoewel het gesprek soms fel verliep en emoties werden getoond, wilden beide partijen direct op de zelfde dag bezien of er een oplossing kon worden gevonden. Wilma zag wel in, dat als zij zou eisen, dat zij kon blijven werken bij deze instelling, zij geen makkelijke tijd tegemoet ging en het risico liep, dat de oordelen van de directie steeds meer zouden worden onderbouwd met voorbeelden van zaken, die mogelijk zouden worden uitvergroot. Anderzijds was zij vol woede over wat in haar beleving onrecht was, wat haar werd aangedaan. In overleg met haar man kwam ze tot het standpunt, dat zij in zou stemmen met beëindiging van de arbeidsovereenkomst, wanneer zij een vergoeding via de kantonrechtersformule zou ontvangen met een factor 2. De directie reageerde, dat zij dan net zo goed direct naar de kantonrechter kon stappen en dat dit niet acceptabel was. 

Daarop nam de mediator de partijen apart om te bezien of een oplossing gevonden kon worden voor de impasse. Zijn voorstel om een nieuwe bijeenkomst te beleggen werd door beide partijen als ongewenst beschouwd: ze kwamen er nu uit of ze kwamen er niet uit.

Na deze aparte gesprekken werd de gezamenlijke bijeenkomst hervat. De directie gaf aan, dat er hen veel aan gelegen was om op een respectabele manier uit elkaar te gaan. Naast allerlei andere aspecten , die al aan de orde waren geweest voor een mogelijke oplossing (maar die in het kader van dit korte artikel onvermeld blijven), stelde de directie voor om de kantonrechtersformule te hanteren met een factor 1,5 voor de vergoeding, die dient om inkomensverlies enigszins te compenseren. Omdat het een beëindiging met wederzijds goedvinden betreft, waarbij werd voldaan aan bepaalde voorwaarden kon Wilma rekenen op een WW-uitkering indien zij niet tijdig een andere baan zou vinden. Dit voorstel werd door Wilma geaccepteerd.

Daarna werd hetgeen overeengekomen was de volgende dag door de mediator vastgelegd in een concept vaststellingsovereenkomst. Beide partijen kregen de gelegenheid hun advocaat te raadplegen. Met enkele kleine tekstaanpassingen werden partijen het daar binnen een week over eens en werd deze vaststellingsovereenkomst ondertekend, waarna de mediation uiteraard beëindigd was. Al met al waren er nog geen 3 weken verstreken tussen start en de succesvolle beëindiging van deze mediation.


Geschreven door: Result Mediation Centre