Faq
Langdurig ziek? Ontstaat er dan een WGA-gat?
Een werknemer (Jan) ontvangt maandelijks van zijn werkgever salaris. Indien Jan ziek wordt en blijft, is zijn werkgever gedurende 2 jaar (na de ziekmelding) verplicht het salaris aan Jan te blijven doorbetalen. Hierbij geldt overigens dat de werkgever wettelijk verplicht is om 70% van het laatste salaris door te betalen. De praktijk leert dat werkgevers in het algemeen het eerste ziektejaar 100% en in het tweede jaar 70% van het salaris doorbetalen. De meeste werkgevers zien deze loondoorbetaling bij ziekte als (financieel) risico voor de onderneming, bel voor meer informatie mkbasics.nl.
Arbeidsongeschikt
Indien Jan na 2 jaar nog altijd ziek is, wordt hij bij het UWV aangemeld. Als hij voor 35% of meer arbeidsongeschikt wordt verklaard, kan hij een uitkering ontvangen (als het minder dan 35% is moet de werkgever Jan doorbetalen). Jan wordt in dit voorbeeld voor 40% arbeidsongeschikt verklaard en komt hierdoor in aanmerking voor een WGA-uitkering. Doordat Jan volgens het UWV nog gedeeltelijk kan werken, heeft hij een zogenaamde ‘restverdiencapaciteit’. Bij zijn werkgever verdiende Jan € 32.000,- per jaar. Doordat hij ‘slechts’ voor 40% arbeidsongeschikt is verklaard, heeft hij volgens het UWV nog 60% restverdiencapaciteit. Ten opzichte van de € 32.000,- die hij verdiende, kan Jan dus nog voor € 19.200,- zelf verdienen ondanks zijn arbeidsongeschiktheid. Jan heeft overigens een baan gevonden en verdient nog € 3.800,- bij.
Loon-gerelateerde uitkering
De WGA-uitkering van de overheid gaat in vanaf het derde ‘ziektejaar’ in (dit is het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid) en kan enkele jaren voortduren. Deze uitkering is loongerelateerd. In dit geval krijgt Jan € 19.740,- (70% van 32.000 -/- 3.800) als uitkering vanaf zijn derde ‘ziektejaar’. In totaal ontvangt Jan € 23.540,- (uitkering + bijbaantje).
Vervolguitkering en WGA-hiaat
In het vierde of latere ‘ziektejaar’ en de jaren daarna heeft Jan een groter tekort ten opzichte van het salaris dat hij had bij de werkgever. Dit kan Jan aangevuld krijgen van de overheid maar dan moet hij zijn restverdiencapaciteit voor € 9.600,- zelf benutten (€ 19.200 maal 50%) en dat doet Jan niet want hij komt maar tot € 3.800,- met zijn bijbaantje. Als gevolg hiervan ontvangt hij maar een beperkte vervolguitkering en heeft hij te maken met een WGA-hiaat. In dit geval is de aanvullende vervolguitkering € 4.720,-. Op deze manier resteert nog steeds een WGA-hiaat (in dit geval € 4.240,-) dat met een WGA-dekking kan worden ingevuld. Met ingang van het vierde of latere ziektejaar ontvangt Jan: de vervolguitkering (4.720,-) + de WGA dekking (4.240,-) + zijn bijbaantje (3.800,-) Tezamen maakt dit € 12.760,-

